Zoeken
 
 

Geef resultaten weer als:
 


Rechercher Geavanceerd zoeken


Opdracht 12, 13, 15, 16, 17

Ga naar beneden

Opdracht 12, 13, 15, 16, 17

Bericht  Exodus op do feb 10, 2011 9:38 am

exercice 12
Le cinéma le plus proche est à dix-sept kilomètres.
De dichtstbijzijnde bioscoop ligt op zeventien kilometer.

La plus grande maison du village.
Het grootste huis van het dorp.

Les livres les plus intéressants.
De interessantste boeken.

Sur l’autoroute, les voitures roulent le plus vite.
Op de snelweg rijden de auto’s het snelst.

Les diamants coûtent le plus cher.
De diamanten zijn het duurst.

Om de overtreffende trap (superlatif) van een bijvoeglijk naamwoord te vormen, zet je er in het Frans le plus, la plus of les plus voor.

Een bijwoord is onveranderlijk. Er bestaat geen vorm voor het vrouwelijk of het meervoud.
Om de overtreffende trap van een bijwoord te vormen, zet je er dan ook in alle gevallen le plus voor.

Cette glace est meilleure que la crème caramel.
Dit ijsje is lekkerder dan de caramelpudding.

Cette glace au chocolat est la meilleure.
Dit chocolade-ijs is het lekkerst.

Angèle dessine mieux qu’Adrien.
Angèle tekent beter dan Adrien.

Patricia dessine le mieux.
Patricia tekent het best.

Bijvoeglijke naamwoorden die een onregelmatige vergrotende trap hebben, hebben ook een onregelmatige overtreffende trap.

exercice 13
1 Oui, mais l'avion est le plus rapide.
2 Oui, mais les Hollandais sont les plus grands.
3 Oui, mais les élèves de terminale travaillent le mieux.
4 Oui, mais le russe est le plus dur.
5 Oui, mais la glace au chocolat est la meilleure.
6 Oui, mais l'équipe de l'Olympique de Lyon est la meilleure.

exercice 15
A
Voorbeelduitwerking
- Qui est le prof le plus sympa?
- Le prof de maths est le prof le plus sympa.

- Quelle est la matière la plus difficile?
- L'économie, c'est difficile, mais la matière la plus difficile, c'est la physique.

- Qui est l'élève le plus amusant?
- A et B sont très amusant, mais C est le plus amusant.

B
geen sleutel
conversations
exercice 16
I
1 b
2 a

II
a, c, d, f, h, i
exercice 17
I
1 Damien heeft op een werkplaats voor jonge vrijwilligers in een kasteel gewerkt.
2 Ze vindt dat dat werken is en geen vakantie.
3 Hij vond de sfeer in de groep geweldig.
4 rondom een kampvuur plezier maken
5 luieren aan zee en lezen
6 naar een werkplaats in Ivoorkust
7 Kom je mee?
8 Dat zullen we volgend jaar wel zien.

II
1 Romain heeft veel gedaan in de vakantie. Hij heeft het druk gehad. niet veel / rustig
2 Anne vond haar verblijf in Kameroen meteen geweldig. in het begin moeilijk
3 Ze heeft heel hard gewerkt aan het verbouwen van een school, ook in het weekend. behalve
4 Ze bracht de avond alleen door. met de jongeren uit Kameroen
5 In het weekend moest ze ook om zeven uur op. mocht ze uitslapen
6 Op zondag na het ontbijt moest ze koken. de was doen

avatar
Exodus
Admin

Aantal berichten : 124
Registratiedatum : 02-10-10
Leeftijd : 22
Woonplaats : Noord-Holland

Profiel bekijken

Terug naar boven Ga naar beneden

Terug naar boven


 
Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum